 23 April.We vertrekken naar Belgie. Onze eerste stop is het Stedelijk Natuurreservaat Bourgoyen-Ossemeersen in Gent. Het is een schitterend gebied vergelijkbaar met onze polders en moeras-dras gebieden. Dit gebied is gered uit de klauwen van projectontwikkelaars, ook in Belgie liggen deze gasten overal op de loer. We lopen langs een watertje.
Winterkoningen, koolmezen, tjiftjaffen, heggenmussen, vinken, boompiepers, canadese ganzen, dodaars met hun hinnekende geluidjes, groene spechten, houtduiven en eksters vinden hier hun thuis. Een fuut met drie jongen zit op z’n nest, een takkeneilandje in het water. ’s-Middags komen we aan op camping “Eureka” in Koksijde. Op de camping horen we een sprinkhaanrietzanger. ’s-Avonds pikken we even een boulevardje...
24 April, zaterdag.
Excursie naar “De Nachtegaal”, een duinlandschapgebied te vergelijken met onze Loonse en Drunense duinen. Het weer is schitterend. We horen overal om ons heen vele nachtegalen. Denk maar niet dat je ze te zien krijgt. Daar houden die vogels niet van. Het is wel heel frustrerend. De gedachte komt bij ons op : Als je je niet wilt laten zien hou dan je kop. Tjiftjaffen, pimpelmezen, zwartkoppen, kraaien, eksters, koolmezen, winterkoninkjes, roodborsten, een bruine kiekendief en een buizerd, fitissen met het bekende riedeltje “het is mooi weer vandaag maar het blijft niet zo” en huiszwaluwen zien we en horen we volop. Koolwitjes en geaderde witjes fladderen vrolijk rond in het warme zonnetje. Een holte in een boom is deels dichtgemetseld door de boompieper. Er is een prachtig bezoekerscentrum met een vijver waarin ook van alles is te zien : allerlei insecten, dikkopjes, libelletjes enz. Een levensgroot insectenhotel met een grote variatie aan materialen doet ons likkebaarden. Dit is wat wij ook willen voor ons Trefpunt. Verder zien we nog houtduiven, meerkoeten en een fazanthaan. Een groep postduiven komt in strakke formatie overvliegen. 
’s-Middags rijden we naar Blankenberghe, naar het B.C. “De Uitkerkse Polder”. Hier staat onze gids Roland , een krasse baas van 85 jaar, ons op te wachten. Hij is een Belgische IVN-gids. De score : fazanthanen, kuifeenden, kleine karekieten, tjiftjaffen, bergeenden, canadese ganzen, grauwe ganzen, cetti’s zanger, winterkoningen, kraaien, grutto’s, tureluurs, bosrietzangers, buizerds, kieviten, sperwer,scholeksters, mannetje T.V., huiszwaluwen,boerenzwaluwen, koppeltje patrijzen, we zien nog net hun kopjes uitsteken boven het gras, blauwe reigers, rietzangers, een slobeend, een kievit op nest, kluut, kokmeeuwen en op het allerlaatste moment nog een graspieper op een paaltje. In dit gebied zijn wat “onnatuurlijke “ hoogtes, zoals bij ons in het Bergse Bos. Een deel bestaat uit puinbergen, maar wel prachtig begroeid. Voordeel is dat je op zo’n berg een heel goed uitzicht hebt over het omliggende poldergebied. 
Een IVN-gids vertelt natuurlijk ook veel over plantjes. Een gele wilg is een man, een groene wilg is een vrouw. We zien een es, hondsdraf, oftewel aardveil. Veil is klimop, dus aardklimop. Kleefkruid, de boerinnen roerden ermee in de vers gemolken melk om er de haartjes van de koeien uit te halen, braam, ook wel moeder van de eik genoemd. Als een eikel in de braamstruiken valt kan deze niet opgepikt worden door gaaien of andere vogels. De eikel groeit dus uit tot eik. Sleedoorn : eerst komen de bloemen en dan de blaadjes. Bij de meidoorn is het andersom : eerst de blaadjes en dan de bloemen. Weegbree of wegrigs of wegrex, de koning van de weg. Een logische naam gezien zijn verspreidingsgebied. Als je het onderste stukje van het blad afbreekt zie je aan het bovenste stuk nog een aantal draadjes hangen. Dit aantal geeft het aantal foute vriendinnen van je man aan. 
Ze kennen hier het begrip : vrieze ganzen, dat zijn ganzen die hier overwinteren, dus tijdens de vriesperiode. Het zijn vnl. de grauwe ganzen.
25 April , zondag.
We maken een fietstocht door het Belgische platteland. Veurne, een heel oud en mooi gerestaureerd middeleeuws stadje, is het enige stadje dat we aandoen. We maken er een wandeling en nuttigen er een belgisch drankje.
Het platteland is kleinschaliger dan bij ons. Je ziet er geen windmolens die je uitzicht verpesten, je ziet ook geen grote (voeder-)silo’s en ook geen bedrijventerreintjes. Het is nog echt platteland zoals platteland moet zijn. Boompiepers, rietzangers, kleine karekieten, kraaien, onze eerste koekoek, tjiftjaffen en een turkse tortel kruisen onze wegen. Boven een kanaal scheert een witgatje met in zijn kielzog een aalscholver. We worden getrakteerd op een paar nietszeggende kleine buitjes. Aan het eind van de middag is het stralend weer. We bezoeken het B.C. “De Doornpanne”. De beheerder die net alles heeft afgesloten opent voor ons weer zijn deuren. Zo zijn de Belgen. Ook hier doen we de nodige ideeën op. Het geheel ziet er mooi en verzorgd uit.
’s-Avonds sluiten we ons weekend af met een etentje in een restaurant aan de boulevard. 
Aantal deelnemers 13.
Met dank aan de organisatoren Henk en Jan Kees en dank aan eigen supergids Jan van der Laar.
|