29 maart 2014 : Excursie naar De Zaag en Het Loetbos. Aantal deelnemers: 25. Roergangers: Henk Zomer en Jan Kees Hoek. Natuurgids: Dick Hoek.

De Zaag

De Zaag is een zoetwater getijden gebied dat ligt ten westen van Krimpen a/d Lek. Het gebied bestaat uit de Kleine en de Grote Zaag en is 17 ha. groot... Ik heb nooit geweten dat er tussen die rivieren en achter die immens grote loodsen van het industrieterrein zo’n schitterend natuurgebied ligt. Maar ja, met Rotta kom je nog eens ergens en zie je nog eens wat. Je ziet dat het voorjaar nu echt op gang begint te komen : veel ontluikende planten en overal zingen de vogels hun hoogste lied. Ze zijn druk doende met het zoeken van vrouwtjes en met het afbakenen van hun territoria.

We zien, wat kleur betreft, een afwijkende Koolmees. In eerste instantie scholden we hem uit voor Zwartkop, maar het bleek toch echt een Koolmees te zijn. We scoren de Winterkoning, de Groene Specht die ons zit uit te lachen, we horen het geroffel van de Grote Bont Specht en veel Tjiftjaffen. Zeer irritante vogels. De hele dag door hebben ze ons de oren van het hoofd getetterd. Verder een Fazanthaan, Merels, Houtduiven, Nijlganzen, Grauwe Ganzen, Canadese Ganzen, Zilvermeeuwen, juveniele Kokmeeuwen, een paartje baltsende Futen, Krakeenden, Wilde Eenden, Kuifeenden, Bergeenden en Scholeksters en Meerkoeten. Zwarte Kraaien, Kauwen , Eksters en Gaaien alom, Blauwe Reigers, een Cetti’s Zanger, Sperwer, Heggenmus, Pimpelmezen, een paartje Zwartkoppen, Rietgors, Groenlingen, parende Buizerds, Boomkruipers, Grutto’s en een IJsvogel. Een Kleine Vos (vlinder) heeft ons tijden gezelschap gehouden.

Aan planten geen gebrek: Klein en Groot hoefblad, Spindotterbloemen, Lenteklokjes, Essen met hun sleutelbosjes, Elzen, Fluitenkruid, Hondsdraf, Witte en Paarse dovenetels, Sleedoorns ( eerst de witte bloemen, dan pas de blaadjes), Meidoorns ( eerst de blaadjes en dan pas de bloemen),Wilgenkatjes, Japanse duizendknoop ( een onuitroeibare woekerplant), bloeiende Kruldistel, Kaardebollen en de Witte veldkers. Over één plant is een felle discussie gevoerd : is het nou Koolzaad, Raapzaad, Lijnzaad of Mosterdzaad. Het gaat over een plant die men doorgaans Koolzaad noemt. Dick Hoek wordt benoemd tot een soort rijdende rechter , hij gaat dit voor ons uitvogelen, en met zijn uitspraak zullen we het moeten doen. Na van dit natuurgebied genoten te hebben gaan we koffiedrinken op een boot van vrienden van Jan Kees en Marian. Een grote groep postduiven vliegt in strakke formatie heen en weer.

Het Loetbos

Begin 1980 is er een begin gemaakt met de aanleg van dit 10 km. lange gebied in de Krimpenerwaard langs het riviertje de Loet. Het is 170 ha. groot. Boven een beek zien we al direct een stel Putters, even later zien we Zwartkoppen, Koolmezen, Boomkruipers, een vrouwtje Vink, Krakeenden, Wilde Eenden, Brandganzen, Nijlganzen, Grauwe Ganzen, Smienten, Knobbelzwanen, Kieviten, een Fazanthaan, een reigerkolonie en een overvliegende Wulp. Mooi om te zien zijn de Fitis en de Tjiftjaf, elk in de top van een boompje en deze boompjes staan pal naast elkaar. Je hoort het luide roepen van de Tjiftjaf en het bescheiden watervalletje van de Fitis. Opvallend zijn de vele vlinders die hier al rondfladderen : Citroenvlinder, Dagpauwoog, Atalanta, Kleine Vos, Koolwitje en het Oranjetipje. Ook in dit bos zien we duidelijk het begin van het voorjaar: orchidee met gevlekt blad, Paarse en Witte dovenetels, Vogelmuur, Ereprijs ( met dank aan Jan M. z’n quiz),Kale jonker,een distelsoort, Witte kornoelje, Gele lis, Pluimzegge( grote graspollen in een sloot), en Grote vossenstaart en Witbol, twee grassoorten. In de Berken zitten veel heksenbezems. In een sloot schaatsen Schaatsenrijders hun rondjes en een eenzame Roodwangschildpad zwemt ogenschijnlijk doelloos rond. Het was een prachtige en zonnige dag. We hebben genoten van al wat leeft en na afloop van de excursie : u raadt het al : koffie met onvervalst Rottavoer, voor de nieuwkomers: dit is een appelpunt al of niet met slagroom.

Met dank aan de roergangers en de natuurgids. Piet Mulder.

Kool-, Raap-, Lijn- of Mosterdzaad?

Naschrift van Dick Hoek:
Volgens Heukels ‘Flora van Nederland, 23e druk bestaat Lijnzaad niet als wilde plant.Mosterdzaad ook niet, maar wel Herik en Witte mosterd, soorten van het geslacht Mosterd. Ook Zwarte Mosterd komt voor. Deze wordt tot het geslacht Kool gerekend. Om het nog ingewikkelder te maken kennen we ook nog Grijze mosterd, behorend tot het geslacht Hirschfeldia. Noem een wilde plant dus nooit Lijnzaad of Mosterdzaad, dit is altijd onjuist!

Blijven over twee serieuze kandidaten: Koolzaad of Raapzaad. Van de planten die wij zagen waren de onderste bladeren onbehaard en blauwgroen, de bovenste stengelbladen half-stengelomvattend en de vier kelkbladeren in min of meer dezelfde stand. Dit zijn kenmerken van Koolzaad. De planten verspreiden echter een (zwak) zoete geur. Dit is weer meer een kenmerk voor Raapzaad. Er zijn nog meer verschillen tussen beide soorten. Het zou hier te ver voeren om ook deze hier uitvoerig te bespreken. FLORON heeft een overzichtelijke tabel gemaakt voor deze moeilijke kruisbloemigen. De tabel is bij het Trefpunt in te zien of te downloaden: http://www.floron.nl/Portals/1/Downloads/insteekkaart-kruisbloemigen.pdf Conclusie: het merendeel van de kenmerken van “onze”waargenomen planten wijst op Koolzaad.

Er was ook nog verwarring over Zomer- en Lenteklokjes. Beide soorten zijn verwant aan het Sneeuwklokje. Lenteklokje komt in Nederland voor als stinzenplant, bloeit erg vroeg ( net na het Sneeuwklokje) met slechts 1 bloem per stengel en blijft laag. Zomerklokjes bloeien later, gewoonlijk halverwege de lente, heeft meerdere bloemen per stengel en is veel hoger. Het is een kwetsbare, beschermde soort die in moerassen en natte bossen groeit. Dick, bedankt voor je zeer verduidelijkende commentaar.