Aantal deelnemers : 23. Opperhoofd : Jan Kees Hoek. Ons eerste doel is de buitenhaven van Stellendam.

Op de grote asfaltdijk kijk je richting de Kwade Hoek. Het weer is goed en het is gelukkig niet zo koud als in de voorgaande jaren. Er is veel te zien : miza’s, scholeksters, futen, wilde eenden , steltlopers (ze zijn te ver weg om goed te kunnen zien welke steltlopers), grauwe ganzen , eksters en kraaien. Op een zandplaat liggen 15 zeehonden. Vlak voor Stellendam zien we een buizerd en een T.V.

Op naar de Koude Hoek. Voor insiders : de Henk Besjes Polder. Bij de vogelkijkhut (VKH) is niet veel te zien. Wat brandganzen en wilde eenden en kieviten. De VKH. is niet geschikt voor het doel waarvoor hij gemaakt is. Te weinig kijkgaten en deze gaten zijn dan alleen nog maar geschikt voor Henk Zomer, maar ja, die was er niet bij. We hebben nog uitgekeken naar een kleine of grote zaagbek om de gaten wat verder uit te zagen. De handen van de twee timmerlieden die met ons mee zijn jeukten om aan de slag te gaan. Zij hebben grootse verbouwingsplannen voor die hut. Maar eerst ons tuinhuis. Vlak voor de hut ligt het skelet van een zilvermeeuw. Terug naar de Koude Hoek: wulpen, rosse grutto’s, bergeenden, smienten, wilde eenden, knobbelzwanen, brandganzen, scholeksters, grauwe ganzen, rotganzen, een blauwe reiger en een buizerd. De Buizerd is aan het bidden voor zijn lunch. Er is geen thermiek. Hij zweeft doordat de wind de lucht omhoog stuwt tegen de dijk.

Naar de Punt. Na een wandelingetje langs het strand komen we aan bij de VKH. Deze hut is prima. Van verbouwingsplannen en het inhuren van zaagbekken heb ik niets vernomen. Ook hier weer miza’s, dodaars, steenlopers, tureluurs, watersnippen,zilvermeeuwen, grote mantelmeeuwen, knobbelzwanen, rotganzen, brandganzen, kramsvogels en kraaien.

De Brouwersdam. Hier staan we vol op de wind uit zee. Het is er echt koud. Er is veel te zien : zeekoeten, aalscholvers, steenlopers, paarse strandlopers, kraaien, scholeksters, ijsduikers, kuifduikers, roodkeelduikers, brilduikers, miza’s, roodhalsfuten, rotganzen en onze eigen Rottazeehond. Hij herkent ons meteen en zwaait dan met één flipper naar ons om ons te begroeten. Meeuwen laten mosselen op de dijk vallen om zo de inhoud te kunnen bemachtigen. Soms doen ze dat met één mossel wel vijf keer. Ik zeg nog : joh, ga wat hoger vliegen dan valt die mossel sneller en eerder kapot. Doen ze niet.

Ons laatste kijkpunt is de Prunjepolder op Schouwen. Hier zien we lepelaars door de modder roeren, een grote zwerm kanoetstrandlopers vliegt als een zwerm spreeuwen door de lucht, verder smienten, wilde eenden, kluten, kieviten, bergeenden, tafeleenden, slobeenden, krakeenden, kuifeenden, knobbelzwanen, zwarte zwanen, meerkoeten, brilduikers, nonnetjes en miza’s. In een restaurant bij de Grevelingendam geven we ons over aan de nodige drankjes en versnaperingen. Ze hebben daar niet het echte, onvervalste rottavoer. Tot ons grote genoegen waren er drie nieuwe leden in ons midden, t.w. Liesbeth de Haan, Monica van Kleef en de dochter van Machiel Brinkhorst. We hopen dat ze het erg naar hun zin hebben gehad en dat ze bij de volgende excursies weer actief mee zullen doen. Jan Kees, bedankt en deze dank geldt ook voor Rien van der Vorm en Klaas Verschoor.

Piet Mulder.