Samenwerking Jong Rotta en Rotta onderzoek; Braakballen pluizen. Dat braakballen pluizen een leuk karweitje is blijkt jaarlijks als een grote groep Rotta Rangers daar een middag in februari mee aan de slag gaat.

 

Bij de kinderen gaat het vooral om de verwondering en het plezier van het vinden van al die leuke botjes en schedeltjes. Aan het echte determineerwerk van de aangetroffen zoogdierresten komen ze meestal niet toe en dat is ook helemaal niet erg. Wel is het zo dat het pluizen van braakballen heel waardevolle informatie oplevert over de soortsamenstelling en aantallen kleine zoogdieren en andere prooien die op het menu staan van de diverse soorten uilen. Vooral voor het zoogdieronderzoek aan muizen is dat van cruciaal belang. Gelukkig is het binnen een vereniging als de onze goed mogelijk om beide activiteiten naast elkaar te laten plaatsvinden. Hierdoor komt de kracht van onze club nog eens duidelijk naar voren. Meerdere werkgroepen die samenwerken in een groter verband met als doel enthousiasme voor de natuur opwekken en van daar uit prikkelen om meer kennis op te doen zodat uiteindelijk een deel van de mensen actief aan de slag gaat om doelgericht relevante informatie te verzamelen om te komen tot een goede onderbouwing van het behoud en de bescherming van de natuurwaarden die ons allemaal zo dierbaar zijn op onze eigen manier.

In dat kader hebben de werkgroepen Rotta Onderzoek en Jong Rotta dinsdagavond 7 januari gezamenlijk een belangrijke partij braakballen van de ransuil uitgeplozen. Deze partij is zo belangrijk omdat het om braakballen gaat die verzameld zijn na afloop van de winter van 2012-2013 op een locatie waar gedurende die winter zeker 14 Ransuilen elke dag gezamenlijk roesten. Ook is er uit dezelfde periode nog een partij braakballen verzameld vanaf een andere locatie met een kleiner aantal roestende Ransuilen. Die partij zal op een later tijdstip geplozen worden. Het was dinsdag een buitengewoon gezellige avond, er werd serieus geplozen en onder de bezielende begeleiding van Jesse Keyzer hebben we veel geleerd over hoe de diverse soorten muizen aan de hand van hun onderkaken en bovenkaken te herkennen. Zelfs een aantal vogelsnavels kon tot op de soort gedetermineerd worden. Tijdens het serieuze werk was er ook volop tijd voor het doornemen van ieders natuurervaringen van de afgelopen periode en ook de nodige humor was aanwezig, zoals eigenlijk altijd bij Jong Rotta. In een paar uur tijd zijn tientallen prooidieren geïdentificeerd. De hoofdmoot van de 14 Ransuilen op deze locatie heeft in de winter van 2012-2013 bestaan uit Veldmuizen, dat is al duidelijk. Ook Rosse woelmuis is in ruime mate opgesoupeerd. Daarnaast zijn ook de resten van Bosmuis, Putter en Spreeuw aangetroffen.

Opvallend waren een aantal schedeltjes van Huisspitsmuizen die ook uit de partij gepeuterd zijn. Onder normale omstandigheden eten Ransuilen geen spitsmuizen, waarschijnlijk vanwege de enorm sterke onaangename geur en smaak. Echter als door de weersomstandigheden er moeilijk aan voedsel te komen is worden ze op een gegeven moment minder kieskeurig, honger maakt vieze spitsmuizen eetbaar. Zoals Julie je allen wel weten te herinneren was de winter van 2012-2013 een winter met een langdurig aanwezig dik sneeuwpakket en veel vorst. Door de sneeuw zijn de muizen, die eronder gewoon actief zijn, voor de uilen moeilijk bereikbaar geweest. Dus elke prooi was er één die kon voorkomen dat een uil zou verhongeren. Een andere heel opvallende vondst deed Steven Liebregt. Hij trof een dekschild van een waterroofkever. Gelet op de periode waaruit de braakballen afkomstig zijn moet deze bal wel één van de laatst uitgebraakte zijn geweest want met sneeuw en ijs zijn waterroofkevers niet actief.

De avond was dus bijzonder geslaagd en de uiteindelijke resultaten zullen we later publiceren, ook op deze website en op onze Facebookpagina. Wil je zelf ook een keer meedoen met deze intensieve maar leuke activiteit, hou dan de agenda goed in de gaten want er zullen nog meer pluisavonden gaan volgen dit jaar.